Zegening

Wij zijn een hospice voor mensen van alle gezindten. Er is een geestelijk verzorger aan ons huis verbonden. Soms komt er een vraag voorbij vanuit een specifieke kerkelijke stroming. Hieronder een verhaal dat we graag met u delen.

Ik kom een kamer in het hospice binnen. A ligt rustig op bed. Hij is niet meer aanspreekbaar. Zijn vrouw G zit ernaast en ik raak met haar in gesprek. Over zijn christelijke achtergrond en hun beider spirituele zoektocht in het leven, die veel meer in nieuwe vormen van spiritualiteit gestalte heeft gekregen. Over verschil in kijk op het leven met het nest waar A uit komt. We praten lang en ontdekken allerlei raakvlakken.

Dan komt de mail ter sprake die A’s broer heeft gestuurd naar het hospice. Hij wil graag dat de geestelijk verzorger zijn broer zegent met de Aäronitische zegen. Aäron krijgt via Mozes de opdracht in Numeri 6:24-26 om deze zegen over het volk uit te spreken. Deze woorden worden in veel kerkdiensten zondag gesproken als de gemeente weer naar huis gaat. Ze zijn mij lief omdat ik me erdoor gedragen voel in mijn werk als geestelijk verzorger en predikant. G ziet de mail als een manier waarop A’s broer het beste wil voor A; hem iets mee wil geven uit hun gemeenschappelijke geloofsachtergrond van vroeger.

Met G krijg ik een heel gesprek over wat zegenen betekent bij iemand die gaat sterven. Ze vond de wens van A’s broer in eerste instantie lastig, omdat A nu heel anders in het leven staat. Maar gaandeweg komen we tot de conclusie dat zegenen namens God of het Hogere misschien uitstijgt boven die verschillen. We zegenen A samen. G spreekt de woorden uit terwijl ze zijn hand vasthoudt, zoals ze in het leven altijd hand in hand hun weg samen hebben gevonden:

Moge het zijn met de zegen van het Allerhoogste, dat, wat er ook gebeurt, nu je je lichaam gaat verlaten om verder te reizen, het ons allen ten goede komt in spirituele groei en bewustzijn en opmerkzaamheid en ons vrede brengt in hart en geest.

Ik leg mijn hand op A’s voorhoofd en spreek de Aäronitische zegen uit:

De Heer zegene en Hij behoede u
De Heer doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig
De Heer verheffe zijn aangezicht over u en geve u vrede.

Daarna zijn we een poosje stil. We hebben alle twee het gevoel dat dit zo goed was. Ik ervaar vrede als ik de kamer verlaat en op weg ga naar huis. Ook zijn broer is in vrede wanneer hij hoort hoe zijn verzoek is uitgevoerd.